HIERONDER VINDT U DE ZAKEN WAARIN DE OCC CULEMBORG ONDERZOEK HEEFT  GEDAAN OF NOG STEEDS DOET:

ONZE ONDERZOEKEN

ZAAK 1 DE DOMINEE UIT OOSTERZEE (FRIESLAND)

 

ZAAK 2 TEATSKE HOEKSTRA (FRIESLAND)

 

ZAAK 3 DE MOORDHOEVE (GELDERLAND)

 

ZAAK 4 DE MOORD OP BAS HARTMANN (ZUID-HOLLAND)

 

ZAAK 5 DE MOORD OP RINIE WIELHEESEN (GELDERLAND)

 

ZAAK 6 DE MOORD OP MELIS VAN KRIEKEN (GELDERLAND)

 

NB VOOR EEN REACTIE KUNT U ONDERAAN DEZE PAGINA TERECHT.

 

 

Wat doen wij?

UW OCC-RECHERCHEURS

Aan de hand van uw dossier onderzoeken wij met moderne technieken en ouderwets veldwerk uw zaak om nieuwe scenario's ontwikkelen. We maken gebruik van het internet, bezoeken regionale en landelijke archieven, interviewen betrokkenen of nazaten van betrokkenen.

 

Wij beschikken over een professionele unit internetrecherche.

 

In onze teksten spreken wij steeds over moordzaken. Hieronder vallen dus ook doodslagzaken. Het verschil zit hem in het wel of niet hebben van voorbedachte rade bij de dader (vergelijk de artikelen 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht).

 

De door u gemelde zaak zal allereerst worden gewogen of een onderzoek naar de waarheid opportuun is (de intake). Let wel, het betreft louter en alleen zaken die strafrechtelijk verjaard zijn. Wij doen dus geen nader onderzoek of aanvullend onderzoek ten bate van de Nederlandse politie en/of justitie. Wij kunnen u eventueel wel doorverwijzen naar vermaarde professionele speurders.

 

Liquidaties en zaken gepleegd door het verzet of door de bezetter tijdens of na de Tweede Wereldoorlog zullen niet door ons worden onderzocht, om verschillende redenen.

 

Wat is nu eigenlijk een cold case? 

Een cold case is een onopgeloste, nog niet verjaarde politiezaak waarvoor geen recherchewerk meer wordt verricht.

Wij onderzoeken moordzaken gepleegd vanaf 1920 tot 1988; moordzaken gepleegd vanaf 1 januari 1988 verjaren namelijk niet meer. Je kunt onze zaken typeren als old cold cases.

 

Wij willen bij een formele heropening van een cold case-moordzaak de politie en/of justitie niet in de weg lopen en zodoende onder andere eventuele sporen vernietigen.

 

Een goed voorbeeld van een cold case is de moord op Alex Wiegmink (de Posbankmoord) te Rheden.  Elke politie-eenheid van de Nationale politie heeft tegenwoordig een zgn. cold case-team. 

 

Ons doel is de bestaande moordscenario's te falsifiseren (tegenargumentie) en te deduceren (bewijstechnisch redeneren) door zeer nauwkeurig onderzoek naar uw old cold case te doen, samen met u uiteraard.

 

Uw privacy is uiteraard gewaarborgd.

 

Hieronder vindt u, na het kopje Contact, onze zaken.

 

 Het OCC-team

Contact

CONTACT

U kunt uw zaak aanmelden via ons emailadres en wij zullen met u telefonisch, dan wel per mail contact opnemen.

 

Opmerkingen en commentaar zijn ook zeker welkom. Privacy is voor ons een must!

 

Ons emailadres is:

info@occculemborg.nl.

Ons telefoonnummer is:

+31 (0)6 40 39 38 16.

 

Het OCC-team

 

 

 

Afbeelding. Met deze kop begon Fenno Schoustra in het Leeuwardens Kleine Krantje het bizarre verhaal in 1965. (1)

Zaak 1. De dominee uit Oosterzee (1912) - Plaats delict: Tjerkgaast, 16 februari 1912

25-November-2016

Deze zaak is inmiddels meer dan 100 jaar oud. Uit nader kritisch onderzoek destijds kan het niet anders dat dominee Ewoldt uit Oosterzee zijn vrouw vermoordde om zijn leven verder te kunnen gaan met een nieuwe ega.
Fenno Schoustra (overleden 2013), een rechtbankjournalist in Leeuwarden, deed al nader onderzoek. Hij deed ook het archiefonderzoek. In zijn boek Moord en doodslag in Friesland uit 1979 was hij de eerste die tientallen moordzaken samenbundelde. Ze spelen zich allen af vanaf 1895.
Het moordverhaal Ewoldt komt uit 1965 uit het Kleine Krantje en is in delen geknipt ivm de leesbaarheid. Een mooie kruier.......

NB VOOR EEN REACTIE KUNT U ONDERAAN DEZE PAGINA TERECHT.

(2)

(3)

(4)

(5) Afbeelding. Vervolgkop.

(6)

(7)

(8)

(9)

(10)

(11)

(12)

(13)

(14)

Nader onderzoek 2012

Ons eerste bezoek in 2011 bleek een ware zoektocht naar de plaats delict. Wij kwamen er niet uit. Een tweede intenser onderzoek bracht ons na een buurtonderzoek bij de heer Okma (80 jaar). Hij vertelde dat in de jaren 1950 de ruilverkaveling had plaatsgevonden en dat het 'Ewoldtsbruggetje' toen was verdwenen. Hiervoor waren drie afwateringsbuizen in de plaats gekomen. We reden vanaf de zendmast te Spannenburg langs de parallelweg van de Straatweg (Strjitwei) door Tjerkgaast richting Koufurrige (bij Woudsend) en na enkele honderden meters doemden links de drie buizen op. Zie Foto plaats delict 2012 hier verder onder. Daar wierp Ewoldt zijn vrouw na haar van haar fiets te hebben geslagen in het water en deed een zgn. reddingspoging.....Het bewijs werd daartoe echter niet geleverd. Het motief was wél overduidelijk aanwezig.

Een onderzoek naar de nazaten loopt. Ewoldt had per slot van rekening drie kinderen (Joukje uit 1904, Johannes uit 1907 en Trijntje uit 1909) , in die tijd te jong om een en ander te beseffen. Ewoldt (1874 te Sloten (F.) geboren) vertrok naar Haarlem met de stille trom en begon een boekhandel in Amsterdam. Hij overleed in 1932.

 

Bericht uit de Leeuwarder Courant van 25 april 1912.

De aanklacht tegen dominee Ewoldt op de moord op zijn echtgenote Geertje Leenstra.

Foto plaats delict 1912, het Ewoldtbruggetje te Tjerkgaast (bij Spannenburg).

Foto plaats delict 2012, het Ewoldtsbruggetje is vervangen door 3 afwateringsbuizen.

Het domineeshuis van Ewoldt, alwaar hij escapades beleefde met de dienstmeiden.Het huis bestaat nog. De foto is uit 1912. Het staat in Oosterzee-Buren.

De straatweg tussen Spannenburg en Hommerts. Inzet: grafsteen van Geertje Leenstra.

Foto, register van beklaagden van de voormalige rechtbank Heerenveen. Onder nummer 103 staat Ewoldt (vrijgesproken...).

Zaak 2.  Teatske Hoekstra (1939) - Plaats delict: Herbaijum, 10 maart 1939

14-november-2016

De moord op Teatske Hoekstra uit Wijnaldum (gelegen tussen Harlingen en Franeker).
Op zaterdagmorgen 11 maart 1939 werd in een slootje tussen de dorpen Herbaijum en Wijnaldum het levenloze lichaam aangetroffen van de negentienjarige Teatske Hoekstra uit Wijnaldum. Ze was de verstikkingsdood in de modder gestorven. Haar moordenaar werd nooit gevonden. Er bestaan vermoedens dat chef-veldwachter van de toenmalige gemeente Barradeel, Hisse van 't Veer (geboren 1893 te Workum), de hand in deze moord heeft gehad. Van 't Veer werd echter beschermd door notabelen van de provincie Friesland. Daarnaast kende het Openbaar Ministerie in Leeuwarden in die tijd niet de krachtige figuur om deze zaak tot klaarheid te brengen. Kerst Huisman, vermaard historicus, was ons voor en beschreef een zeer aannemelijk scenario. Dat er sprake was van een doofpotaffaire staat voor ons als een paal boven water.

Wij bezochten de plaats delict om ons een beeld te verschaffen. Daarnaast bezochten wij het kerkhof, alwaar Teatske is begraven. Haar graf ligt op enkele meters van het huis, waar Teatske met haar ouders woonde.

Foto uit 2013, grafsteen van Teatske Hoekstra in Wijnaldum.

Foto uit 2013, weg naar het plaats delict tussen Wijnaldum en Herbaijum.

Foto uit 2013, de plaats delict tussen Wijnaldum en Herbaijum. De sloot was toen ondiep.

Zaak 3. De Moordhoeve (1923) - Plaats delict: Culemborg, 23 december 1923

19-januar-2017

In 1923 werd Culemborg opgeschrikt door een dubbele roofmoord. In hun huis aan de Achterweg werden de 76 jarige Toon van Wiggen en zijn 69 jarige zuster Gerrigje op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Vele verdachten werden in hechtenis genomen maar de dader of daders zijn nooit gevonden. Deze moord bracht binnen de Culemborgse gemeenschap jarenlang veel beroering en verdeeldheid te weeg. Vele Culemborgers waren namelijk ontevreden over de manier waarop de commissaris het politieonderzoek verrichtte. Toon van Wiggen woonde samen met zijn zuster in een kleine boerderij aan de Achterweg. Zij bezaten wat  koeien en een klein stukje grond en zij verkochten, zoals dat toen gebruikelijk was, hun melk aan huis. Toen de sigarenmaker Gerrit de Jager ’s maandagsmiddags om drie uur karnemelk kwam halen vond hij alles gesloten. Hij vertrouwde het niet en waarschuwde de politie. Eerder was de jongen Weijsenfeld al bij de boerderij geweest en was al onderweg met de politie. Rechercheur Bergen Henegouwen forceerde, toen hij bij de woning aankwam, de achterdeur en deed een vreselijke ontdekking. Achter de deur trof hij de zwaar gewonde Gerrigje aan die nog kon stamelen dat zij “de smeerlappen” niet kende. Hierbij stak zij nog twee vingers in de lucht ten teken dat het twee daders waren. In de woonkamer vond de rechercheur daarop het levenloze lichaam van Toon van Wiggen. Naast Toon lag een spa waarmee hij vermoedelijk enkel malen mee op zijn hoofd was geslagen. De zwaar gewonde Gerrigje werd zo snel als mogelijk per brancard naar het ziekenhuis gebracht, maar is daar op tweede kerstdag, zonder nog bij bewustzijn te zijn geweest, overleden. Ondanks intensief onderzoek kon de politie op de plaats delict geen bruikbare sporen vinden. Dat er geen sporen, bijvoorbeeld vingerafdrukken, waren te vinden had o.a te maken met het feit dat de deur tussen de woning en de deel (waar de koeien stonden) open had gestaan. Door de wasem van de koeien was de hele woning zo vochtig geworden dat alle sporen vernietigd waren. Politiedeskundige Van Ledden-Hulsebosch uit Amsterdam kon dus niets traceren. De speurhond die werd ingezet, leidde de politie naar een woonboot in de haven van Culemborg. De eigenaar, Berend Greven, werd van zijn bed gelicht en naar het politiebureau overgebracht. De man had echter een sluitend alibi en moest op vrije voeten worden gesteld. Greven was de eerste arrestant van de vele die nog zouden volgen. Op 31 december werd in Rotterdam de lasser Johannes van Lienden gearresteerd. Na drie dagen cel moest de man worden vrijgelaten. Op donderdag 3 januari 1924 werden maar liefst vier verdachten aangehouden, een Culemborger en drie man uit Utrecht. Al snel werd een van Utrechtenaren wegens gebrek aan bewijs vrij gelaten. Twee maanden voor de moord was de rechercheur Fredericus Haveman bij het Culemborgse politiekorps, “wegens onzedelijk gedrag (veelwijverij) en het misbruiken van sterke drank”, oneervol ontslagen. Op 14 januari werd deze ex rechercheur gearresteerd om- dat hij o.a. plotseling over veel geld bleek te beschikken. Ook hij moest kort daarop door gebrek aan bewijs worden vrijgelaten. De twee Utrechtenaren en de Culemborger moesten uiteindelijk, na bijna 5 maanden voorarrest ook worden vrijgelaten. In Culemborg begon langzaam een geruchtenstroom op gang te komen waarin de commissaris Blok er van werd verdacht Haveman de hand boven het hoofd te hou- den. Maar ook de justitie in Tiel liep van meet af aan niet over van vertrouwen in de Culemborgse politiecommissaris. De geruchtenstroom werd nog aangewakkerd door Otto de Beus, SDAP-wethouder van Culemborg. In het weekblad De Arbeider begon hij onder het pseudoniem Insider een serie artikelen waarin hij commissaris Blok en justitie steeds zwaarder onder druk zette. Intussen begonnen ook de landelijke kranten zoals Het Volk en de Telegraaf zich met de vraag, wie de dader van de Culemborgse roofmoord was, bezig te houden. De spanning liep steeds verder op en op een gegeven moment trok het publiek zelfs massaal op naar de kroeg om Haveman dan maar zelf te arresteren als de autoriteiten dat niet deden. Bij dit volksgericht, waren zeker duizend mensen op de been. De massa werd door agenten met getrokken sabels uiteen gedreven. Op 25 juli 1924 werd Haveman voor de tweede keer gearresteerd en in Tiel ingesloten. Toen de volgende morgen de agent van de Tielse politie Leenders de arrestant wil controleren bleek Haveman zich te hebben opgehangen. Hierna concentreerde  de woede van Otto de Beus, en met hem een groot deel van de Culemborgse bevolking, zich op commissaris Blok. Citaat van Otto de Beus in De Arbeider van 9 augustus 1924: “Sedert de heer Blok hier de leiding heeft is heel wat geschied dat om opheldering schreeuwt. Inbraken, diefstallen die niet en nooit wer- den opgehelderd en tenslotte een roofmoord op twee oude mensen.” Dit alles leidde tot een scheuring in de Culemborgse gemeenschap. In Culemborg waren de katholieken pro-commissaris en de arbeiders fel tegen. Maar het was niet alleen Otto de Beus die de pen hanteerde in de strijd tegen com- missaris Blok, ook een zekere Vermeulen, inwoner van Culemborg, sprak in een pamflet aan de minister van justitie zijn verbazing uit over het feit dat er nog altijd geen officieel onderzoek naar de rol van Blok in deze moordzaak is gestart. De oplage van het pamflet is onbekend maar velen zullen het onder ogen hebben gekre- gen. Ondanks dat Blok lange tijd onder vuur lag is zijn schuld nooit bewezen. Op het laatst heeft justitie nog rechercheurs uit Amsterdam en Apeldoorn ingezet. Verschillende mensen zijn toen als verdacht opgepakt maar moesten al snel weer worden vrijgelaten. Een van die verdachten was Claas Sweris die op basis van beschul- digingen van, naar later bleek, onbetrouwbare getuigen was opgepakt. De verklarin- gen van deze getuigen waren onder druk tot stand gekomen en hielden bij het gerechts- hof in Arnhem geen stand. Na 21 maanden onschuldig te hebben vast gezeten moest ook deze verdachte worden vrijgelaten. De op 23 december 1923 in Culemborg gepleegde dubbele roofmoord is nooit opgelost. Door ons onderzoek vanaf december 2013 werd in augustus 2015 een nieuwe verdachte gevonden, die in het onderzoek nooit is genoemd. De echte daders zouden via de Lek bij Schalkwijk zijn overgeroeid naar Culemborg. De hoeve lag vlakbij de rivier de Lek. Een van de daders bleek Hermanus Vermeulen (geboren te Ophemert in 1890). Hij woonde ten tijde van de moord In Houten, vlakbij Schalkwijk. Deze Vermeulen was een echte crimineel en deed alles om aan geld te komen. Vermeulen liet na de moord in 1928 een grote boerderij in Ophemert bouwen, kocht een auto (in die tijd voorbehouden aan notabelen), stamboekvee en begon een grote kippenfokkerij. Vermeulen werd na de moord soms ineens compleet gestoord en riep onsamenhangend over de moord in Culemborg. Zijn echtgenote sloot Hermanus dan snel in een kamertje in de boerderij op en joeg iedereen van de boerderij totdat hij totaal was gekalmeerd. Een hele sterke aanwijzing. Daarnaast is komen vast te staan dat Hermanus bij ruzies snel greep naar een hooivork of mestgreep. Gerrigje van Wiggen is vermoord door middel van een mestgreep. Een andere sterke aanwijzing is dat hij in de nacht na de moord rond 4.00 uur werd gezien door twee stropers Van Tussenbroek in het stroopgebied De Steendert in Ophemert. Ons scenario luidt dat na het overzetten van Vermeulen over de Lek hij in vereniging de moord pleegde en na korte tijd lopend via de spoorlijn Culemborg-Tiel naar Ophemert is gelopen. Daarna is hij een tijd in de Achterhoek ondergedoken geweest. Toen de zaak meer tot rust kwam, is hij teruggekeerd naar Ophemert. De zaak is nog steeds in onderzoek.

Betrokkenen bij de moord.

Foto uit de jaren 1960, Hermanus zit links van de man met de glas bier.

Aantekeningen die advocaat Van der Goes van Naters maakte tijdens de behandeling in Arnhem.

Foto's met bijschrift, gemaakt voor en na de behandeling bij het Gerechtshof in Arnhem.

Foto uit 1923, de plaats delict aan de Achterweg vlakbij de Lekdijk.

Foto, Prins Hendrik die bekend stond om allerlei affaires.

Foto uit 2015, Arjan in gesprek in Dudok te Rotterdam met oud-hoofdcommissaris              gemeentepolitie Rotterdam, de heer Blaauw.

Foto uit de jaren 1950, Het personeel van meubelfabriek De Tors in Culemborg. Achter de tafel Arnoldus Colle junior. Betrokken bij de moord op de Van Wiggens. Uiterst rechts, zittend een andere telg uit de familie.

IJdeltuit Joel Blok

Het boek van commissaris Joel Blok

Joel Blok, van Joodse komaf, was een ijdeltuit. Hij voelde zich onschendbaar. Hij had prins Hendrik gered uit het sexhuis in Den Haag. Wie kon hem wat? Tijdens een bezoek van Koningin Wilhelmina in Parijs gaf hij zich uit als vertegenwoordiger van de Nederlandse politie en kleedde zich in een traditioneel Haags politieuniform, compleet met helm met een zgn. leeuwenkam.

In 1958 kwam bij Bruna te Utrecht een boekje uit, genaamd Beklaagde, sta op.

Blok wordt hierin als auteur voorgesteld als oud-commissaris te Brussel. Kennelijk is Blok genaturaliseerd tot Belg. Zijn echtgenote kwam uit België en hij had zich ook verdienstelijk gemaakt voor de Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

 

De verhalen in het boekje gaan o.a. over Jack The Ripper, de zaak Hofrichter, Goeie Mie en de zaak Jut (Kop van Jut).

Geen enkel woord over de Culemborgse Moordhoeve...de arrogantie.....

Foto uit februari 2016, de TV-ploeg van RTL Boulevard staat samen met Arjan (links) op de Achterweg te Culemborg, vlakbij de Moordhoeve. Peter R. de Vries gaf op de TV zijn commentaar op ons onderzoek....

Zaak 4. (In preweeg) De moord op taxichauffeur Bas Hartmann - Plaats delict: Kralingseveer, 3 april 1975

De plaatselijke dacty...

Het korps gemeentepolitie Rotterdam kende in de periode 1970 - 1980 drie moorden op taxichaffeurs:

Kappie Dijksman (november 1970), Bas Hartmann (april 1975) en Willem Stakenburg (januari 1980). De zaak uit 1980 werd opgelost (de, aan drugsverslaafde, daders: de Duitse vrouw Hannelore S. en de Britse militair Roger S., kregen resp.  6 en 12 jaar gevangenisstraf).

Rotterdam, een wereldhavenstad, pur sang. Dus de "hele" wereld kon instappen in een Rotterdamse taxi; zie Willem Stakenburg.

Zou Bas Hartmann hetzelfde zijn overkomen: wereldburgers? Volgens diverse getuigen werden in de taxi, kenteken 54-54-TS, twee passagiers waargenomen. De taximeter stond op "KAS" voor een bedrag van 9 guldens. De taxi met Hartmann werd gevonden door Gerard Kenselaar, een buurtbewoner.

Er was twee maal op Hartmann geschoten, met een pistool, kaliber 6.35 mm. 

Wij kunnen kort zijn over het onderzoek; alle deelonderzoeken, het leegpompen van de gracht op zoek naar het pistool, het buurtonderzoek, het uitpluizen van 2 miljoen taxiritten (waarbij voor het eerst gebruik werd gemaakt van computer!!), het maken van vingerafdrukken van de 600 mannen van het dorpje Kralingseveer (uniek voor die tijd!!), leverden niets op, behalve:

1. een onbekend gebleven ongeveer 30-jarige oude persoon die na de moord rond 21.30 uur bij de bushalte lijn 34 in Kralingseveer stond. Hij droeg een lichte regenjas.

2. een vingerspoor, welke in de taxi werd gevonden, die niet matchte met de inwoners van Kralingseveer.

Op www.grcreunie.nl/10jaarGRC/herinneringen/henkhijdra%20rtv.htm ziet u beelden van het moordonderzoek (deels uit 2008); deel 1 is zonder geluid vanwege auteursrechtclaim. 

Was bewust door de dader(s) gekozen voor het Kralingseveer, wat toch wat afgelegen lag van de stad Rotterdam zelf? De rit was niet ingebeld bij de taxicentrale.

Zeer waarschijnlijk zijn, is de dader(s) opgestapt op de Goudse Rijweg en moet(en) toch bekend zijn  met het Kralingseveer.

Hieronder een overzicht bushaltes van de toenmalige route lijn 34 uit 1970-1991:

Diensten naar/van Kralingseveer en naar/van Capelle a/d IJssel gecombineerd: Ziekenhuis Dijkzigt (Zimmermanweg bij Wytemaweg) – Zimmermanweg – Rochussenstraat – Westblaak – Churchillplein (terug: Churchillplein – Schiedamsedijk – Schilderstraat – Witte de Withstraat – brug over Westersingel – Mathenesserlaan – Wytemaweg) – Geldersekade – langs voormalge eindpuntstandplaats Blaak o.z. – Blaak – Groenendaal (terug: Groenendaal – Blaak – Churchillplein) – Oostplein – Oostzeedijk –Honingerdijk – Abram van Rijckevorselweg – Kralingseplein – Abram van Rijckevorselweg – IJsselmondselaan – Ijsseldijk (òf via Abram van Rijckevorselweg – Kralingse Zoom – Nesserdijk – Schaardijk – Ijsseldijk) – Nijverheidstraat – Ketensedijk – Slotlaan – Rembrandtsingel – Meeuwensingel – Rivierweg – Kievitlaan – Capelle Middelwatering (Kievitlaan bij de Kerklaan; terug: Kievitlaan – Kerklaan – Pluvierstraat – Rivierweg – Meeuwensingel). (Er wordt dus òf via Kralingseveer òf via de “rivierdijk” gereden.).

 

We zien de halte IJsselmondselaan in Kralingseveer er tussen staan. We zien ook dat in die tijd de bus naar het centrum reed. Als de daders woonachtig in het centrum waren, dan kon er worden uitgestapt bij de eerste tientalgenoemden haltes. Mogelijk kwamen de daders uit de wijk Rubroek of Crooswijk, want de Goudse Rijweg is eigenlijk de scheiding tussen die twee wijken. Het ligt dan voor de hand dat men uitgestapt bij halte Oostplein en verdergelopen is naar Rubroek of Crooswijk. 

 

Hieronder ziet u een kaartje van groot gedeelte van huidige Rotterdam-Noord. Midden bovenin iets links ziet u de wijken Rubroek en Crooswijk, daartussen loopt een dun wit lijntje, de Goudse Rijweg, de opstapplaats. Vlakbij ziet u wegnummerbord S109, direct daaronder is halte Oostplein.

Het plaats delict vindt u rechts onder het midden, de IJsseldijk met daarboven een groen stukje. Links daarvan ligt de Ottergracht.

Kortom: instappen in lijn 34 was logisch, indien een van de daders uit Rotterdam zelf kwam. Hij nam wel een risico: de buschauffeur kon hem goed aanschouwen.

 

Voor wat betreft de onbekende vingerafdruk, in 1975 moest dit handmatig worden vergeleken.

In 1989 werd het eerste geautomatiseerde vingerafdrukkenherkenningssysteem van de Nederlandse politie operationeel. Deze centrale databank  wordt beheerd door de dienst IPOL. Tussen 2006 en 2010 werd het gedigitaliseerd. De naam HAVANK is een acroniem van Het Automatisch Vinger Afdrukkensysteem Nederlandse Kollektie. Het is tevens het pseudoniem van de auteur van detectiveromans Hans van der Kallen, dit terzijde.

 

De vraag die nu eigenlijk rijst, is of het vingerspoor uit 1975 het HAVANK heeft gehaald. Of is het dossier met het spoor vernietigd? Gemeentepolitie Rotterdam was een van de grootste korpsen van Nederland en haar deskundig technisch recherchepersoneel zal er alles aan gedaan hebben om in 1989 (of later) het spoor aan te bieden aan HAVANK.

Toch mag dat niet niet worden uitgesloten; het cliche, het is en blijft ook mensenwerk, doet ook hier van zich spreken.

Zeer aannemelijk is dat het spoor door HAVANK is gegaan, maar geen treffer (NO HIT) heeft opgeleverd. Kennelijk was dit misdrijf het eerste ernstige misdrijf door die dader van het spoor gepleegd en ook daarna niets meer. Of heeft het spoor toch niets te maken met het misdrijf? Vanuit het niets, zo maar een moord: ........was het toch een wereldburger??!! 

 

Was de Ottersingel wel de eindbestemming? Lag die niet in Cappelle a/d IJssel? Stapte hij op de bus om naar een halte in Cappelle a/d IJssel zelf te gaan?

Was er ruzie ontstaan tussen Hartmann en de passagiers? Sprake van een uit de hand gelopen roofoverval?

In de portefeuille van Hartmann zat 800 gulden, zeer ongebruikelijk voor een taxichauffeur, die in de taxi is achtergebleven. Paniek??

 

In augustus 1975 werd taxichaffeur Piet Fagel in zijn taxi aangevallen, hij overleefde. Dit gebeurde ook, in de Nijverheidsstraat, in Kralingseveer, op steenworpafstand van de plaats delict van Hartmann......Was deze aanvaller de moordenaar van Hartmann??

 

Hieronder ziet u een compositietekening van de aanvaller, hij zal nu rond de 70 jaar zijn..... 

NB VOOR EEN REACTIE KUNT U ONDERAAN DEZE PAGINA TERECHT.

 

 

 

 

1975, de compositie van de aanvaller van taxichauffeur Fagel. Lengte: 175 cm. Dader van de moord?

Kaartje 2016 Rotterdam-Noord.

Foto november 2016, de plaats delict: Ottergracht te Kralingseveer (Rotterdam). De taxi stond enkele meters voor de bus met   Belgisch kenteken.

Foto april 1975, de plaats delict, op de achtergrond, de taxi van Hartmann (met dank aan politie Rotterdam)

Kranteartikel uit april 1975, Project Vingerafdrukken, uniek voor die tijd.

Foto uit krant voorjaar 1975, de dacty van de Kralingseveerse mannen worden vernietigd.


Zaak 5. (In preweeg) De moord op Rinie Wielheesen - Plaats delict: Gaanderen, 5 februari 1970.

De politie deed wel degelijk onderzoek naar de sokkenpater....

Verjaard, nooit vergeten

Volgende week is er een uitvoering, daarvoor moet extra geoefend worden.  De wekelijkse les van gymnastiekvereniging Prinses Beatrix kan daarom wat langer duren.
Rinie vertrekt rond zes uur op haar fiets naar de sporthal in Gaanderen.
Moeder Wielheesen weet dat haar twaalfjarige dochter wat later dan half acht terug zal zijn.

Het is koud en het waait behoorlijk, deze februari-avond.
Als Rinie rond half acht afscheid neemt van haar vriendinnetjes van de gymclub heeft zij nog een flink stuk te fietsen door weer en wind.
Eenmaal de Kerkstraat uitgereden, slaat zij rechtsaf de Kloosterlaan in, het zandpad waaraan het boerderijtje van haar ouders op nummer zes staat.

Nog maar honderd meter is het meisje verwijderd van het veilige huis als het noodlot toeslaat.
Een man springt in het donker tevoorschijn uit de berm, grijpt de jonge fietsster vast en sleurt haar met fiets en al de struiken in.
Daar, in de idyllische buurtschap De Wrange, komt een einde aan het jonge leven van Rinie Wielheesen.
Het is 5 februari 1970.

De man die het meisje misbruikt en met haar eigen sjaal wurgt, is al lang opgeslokt door de duisternis als haar vader en moeder zich rond achten toch beginnen af te vragen waar Rinie blijft.
Ook haar oudere zus, die net is teruggekeerd van een bruiloft, maakt zich zorgen en besloten wordt de politie te bellen.
Samen met buurtgenoten gaat de familie zelf alvast op zoek in de omgeving.

Rond negen uur doet een buurman de gruwelijke ontdekking.
Het ontzielde lichaam van de twaalfjarige ligt naast haar fiets in de bosschages.
Vader en moeder Wielheesen zijn een eindje verderop aan het zoeken en komen naderbij.
Hun ongerustheid moet in enkele momenten omslaan in radeloos verdriet; hun dochtertje is op verschrikkelijke wijze uit het leven gerukt.

De vondst van de vermoorde Rinie Wielheesen slaat diepe bressen in de anders zo vredige Achterhoek.
De geschoktheid onder de bevolking is groot en velen leven mee met de smartelijk getroffen familie.
Temidden van die emotie trachten politie en justitie uit alle macht de dader van het brute misdrijf te grijpen en voor het gerecht te slepen.
Het zal uitdraaien op een deerlijk debacle, vooral veroorzaakt door een slepende competentiestrijd tussen de betrokken instanties.

Tot tweemaal toe wordt een verdachte gearresteerd, tot tweemaal toe blijkt er totaal geen sprake van schuld.
De gewelddadige dood van Rinie Wielheesen stevent regelrecht af op de status 'onopgeloste moordzaak'.
Eind jaren tachtig - de moordenaar loopt nog altijd onontdekt rond - passeert de zaak de verjaringsgrens.
Ook al wordt de dader nog gevonden - hetgeen niemand meer gelooft - dan nog kan hij niet meer voor de rechter gebracht worden.
Volgens de wet is moord na achttien jaar verjaard.

Hoe heeft zo'n aangrijpend crimineel drama zo'n dubbeltreurige afloop kunnen krijgen?
Tal van betrokkenen, meest politiemensen, laten er na beëindiging van hun loopbaan bitter hun licht over schijnen.
Ordinaire naijver tussen gemeente- en rijkspolitie, carrièrejagerij van officieren van justitie en moedwillig gefrustreerde opsporing.
Dat is de geur die opstijgt uit het archief van de moord op 5 februari 1970 in Gaanderen.

Oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw duikt met zijn boek Verdacht van moord in de zaak Wielheesen en komt tot vernietigende conclusies.
Dat is in 1996.
De onderzoeksmethoden en povere resultaten hebben dan al lang op politiek niveau de aandacht getrokken.
Begin jaren zeventig worden er vragen in de Tweede Kamer gesteld over 'tekortkomingen in het onderzoek'.
Maar de staatssecretaris van Justitie antwoordt dat alle procedures correct doorlopen zijn.

De 'beestachtige moord', zoals een politieman het kort na het delict uitdrukt, leidt in de Achterhoek tot een noviteit: voor het eerst wordt een rechercheteam samengesteld met politiemensen van divers pluimage.
De grote reorganisatie tot regionale korpsen heeft nog niet plaatsgevonden en op het platteland opereren gemeente- en rijkspolitie naast elkaar.
Het schokkende misdrijf aan de Kloosterlaan brengt de plaatselijke speurneuzen uit de wijde omgeving bij elkaar en dat lijkt al vrij snel vruchten af te werpen.

Want een maand nadat Rinie is gevonden, presenteert het team een verdachte: de drieëntwintigjarige Jan uit Doetinchem.
Die is eigenlijk voor een ander delict aangehouden, de aanranding van een vrouw in het naburige Drempt.
Zij wordt begin maart op een stil weggetje door een rood autootje klemgereden en vervolgens in de wagen aangerand.
De beschrijving van de auto brengt de politie bij de Doetinchemmer, die een rode Mini bezit.
Maar het slachtoffer heeft een signalement van de dader opgegeven dat volstrekt niet op Jan past.
Zij herkent hem evenmin van foto's die de politie haar voorlegt.
En bovendien blijkt de verdachte een prima alibi te hebben voor het tijdstip van de aanranding in Drempt.

Niettemin menen de rechercheurs een goede vangst te hebben gedaan en in de ellenlange verhoren voeren zij de druk flink op.
Om van het gezeur af te zijn, geeft Jan uiteindelijk toe dat hij de aanranding gepleegd heeft.
Van Drempt naar Gaanderen is maar twintig kilometer, redeneren de ondervragers en gedreven door scoringsdrift grijpen ze de bekentenis van de Doetinchemmer aan om vervolgens over de moord op Rinie Wielheesen te beginnen.
Die kan de jonge vrachtwagenchauffeur ook nog wel in de schoenen worden geschoven.

Jan ontkent, maar als hij wekenlang door de mangel is gehaald en de celmuren op hem afkomen, bezwijkt hij opnieuw voor de onmenselijke druk die de marathonondervragers op hem hebben gelegd.
'Als jullie zeggen dat ik het gedaan heb dan zal dat wel. Mag ik dan nu naar huis?'

Dat mag uiteindelijk, als Jan er al vijf maanden voorarrest op heeft zitten.
Want in augustus komt de justitiële dwaling pijnlijk aan het licht.
Bij toeval wordt iemand aangehouden die met verkeerde autopapieren rondrijdt.
Zijn vorige auto was een rode Mini.
Al gauw bekent deze man de aanrander te zijn.

Jan is gezuiverd van de Dremptse blaam en met de moord in Gaanderen heeft hij al helemaal niets te maken, moet nu worden erkend.
Hoe hij dan aan de details komt in zijn 'bekentenis'?
Die zijn hem voor het gemak ingefluisterd door de rechercheurs.
Schandelijke verhoortechnieken, oordeelt Jan Blaauw vijfentwintig jaar later in zijn boek.

Terug bij af, moet het onderzoeksteam op zoek naar een nieuwe verdachte in de Kloosterlaan-zaak.
Die komt er al gauw in de persoon van de zeventienjarige bouwvakker Bart uit Westendorp.
Veel is er kennelijk niet geleerd van de blamage met de eerste misvangst want de geschiedenis herhaalt zich langs precies dezelfde lijnen.

Feitelijke bewijzen zijn er niet maar de ondervragers bezitten een levendige fantasie die rond de verdachte tot werkelijkheid wordt gevormd.
Bart ontkent, bekent en ontkent in een martelend programma van vaak nachtelijke verhoren waaraan geen eind lijkt te komen.
Slot van het lied: ook deze verdachte heeft het gewoon niet gedaan en moet - na bijna een jaar - worden vrijgelaten.

De verhoudingen tussen politie en justitie in Arnhem zijn dan al tot een bedenkelijk dieptepunt gedaald.
Jaren later, als politiemensen successievelijk met pensioen gaan, druppelen daarover geluiden naar buiten waaruit geen al te florissant beeld ontstaat over de wijze waarop het moorddrama van 1970 door de instanties is aangepakt.

Zo zegt oud-korpschef G. Oosterhof van de toenmalige Doetinchemse gemeentepolitie in een krantenartikel van 1980: "Vrouwe Justitie was in die tijd niet gewoon blind.
Stekeblind waren ze. ( )
Over en weer kwam het tot spanningen.
Het werd een zaak van leven of dood.
Keihard heb ik eens gezegd dat ze fout zaten en daar waren ze wild over.
Ze konden mijn bloed wel drinken.
Ik mocht ook niet meer verder met het onderzoek."

Door al het onderlinge getouwtrek en gehannes met verkeerde verdachten belandt de zaak Wielheesen na de vrijlating van Bart op dood spoor.
Serieus zicht op de werkelijke dader ontstaat er nooit meer en dat heeft weer tot gevolg dat de meest wilde geruchten in de streek de ronde blijven doen.

Aan een ervan besteedt de moegestreden politie nog enige aandacht: de vader van Rinie zou het zelf hebben gedaan.
Voordat het tot een serieuze verdenking kan komen, moeten de rechercheurs erkennen dat er werkelijk geen enkele grond bestaat voor beschuldiging in de richting van vader Wielheesen.
Het gezin krijgt met de ongefundeerde exercitie andermaal een zware slag te verwerken.

Hardnekkiger, tot op de dag van vandaag, is de connectie die Achterhoekers veronderstellen met de onverkwikkelijke praktijken van een der paters van het klooster St.Willibrordus op landgoed De Slangenburg.
De abdij ligt enkele honderden meters van de plaats waar het vermoorde meisje wordt gevonden.
In 1996 komt aan het licht dat de beminnelijke 'sokkenpater', die de kapotte sokken van de kloosterlingen her en der naar nijvere huismoeders brengt, zich veertig jaar terug herhaaldelijk heeft vergrepen aan een jong meisje, kind nog.

Nadat de affaire aan het licht komt, blijkt al gauw dat zeker tien andere - inmiddels middelbare - vrouwen slachtoffer zijn van de grijpgrage pater.
De kwestie leidt niet tot strafvervolging, maar wordt intern in het bisdom afgehandeld.
Toch blijft, tot ieders verbijstering, de sokkenpater in Gaanderen gewoon pastoraal werk doen.
Of de politie ooit de betrokkenheid van de Slangenburg-pater bij de moord op Rinie Wielheesen onderzoekt, is niet duidelijk.
Tot enige formele verdenking komt het in elk geval nooit.

Vader, moeder en zus Wielheesen hebben het onopgeloste drama al die decennia met zich moeten meedragen.
Het gezin verhuist enkele jaren na de dood van Rinie naar Zelhem, waar de oudere zus later het boerenbedrijf voortzet.
Het strafrechterlijk verjaren in de jaren tachtig van de moord op hun dochter is opnieuw een afschuwelijke fase in de voortdurende martelgang.
De moordenaar van Rinie zal nooit gegrepen, laat staan berecht worden.

Hoezeer ook gepensioneerde rechercheurs ronduit roepen dat zij weten wie het gedaan heeft.
Het is de man op de fiets met de rammelende dynamo.
Verschillende getuigen beschrijven hem, maar opgepakt wordt hij nooit.
Dat mocht niet van justitie, zeggen de oud-politiemannen, we moesten achter Jan aan en later Bart.

Bron: De Gelderlander/Door FLIP VERSTEEGH

NB VOOR EEN REACTIE KUNT U ONDERAAN DEZE PAGINA TERECHT.

 

 

 

Tweede onderzoek in 1973 en DNA

Luchtfoto van plaats delict uit 1970

In 1973 start een tweede onderzoek. Daar  richt de aandacht zich op een getuige die in beeld komt als verdachte.  Een 23-jarige man, werkzaam in Doetinchem, fietst van zijn werk terug naar huis. Volgens een tijdsanalyse kan hij haar hebben ontmoet tijdens de fietstocht. Rinie had ook een soort naambandje bij zich  van de zus van de verdachte. Dit zou zeer goed een gespreksonderwerp kunnen zijn geweest toen zij elkaar ontmoetten.

Journalist Eric van der Vegt deed archiefonderzoek. Hij ontdekt dat in het krantenarchief alle relevante artikelen zijn verdwenen!

Van der Vegt wil DNA-onderzoek doen aan de hand van de aangetroffen sporen op plaats delict. Hij benadert daarvoor een familielid van de in de jaren negentig overleden verdachte. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kan echter de sporen niet meer vinden. Een verwantschapsonderzoek zit er dus niet meer in. Case closed? Het lijkt er veel op.

Deelde de verdachte zijn verhaal nog met iemand? Schreef hij het ergens nog op? Ging hij uit een soort van wroeging naar de politie en meldde zich daar als getuige?

Waarom zijn de artikelen verdwenen?

Moesten alle sporen, dus ook de artikelen verdwijnen? Wie doet nu zoiets? Toch de macht van de Katholieke Kerk? Ver gezocht....

Kijk eventueel naar een TV-uitzending van Omroep Gelderland:

http://shappa.nl/de-waarheid-achter/

(onderaan het filmpje).

 

 

 

 

 

Fotocollage, De tiener Rinie Wielheesen met krantekop.

Fotocollage, Rinie Wielheesen met rechts de plaats delict.

Foto uit eerdere tijden, de abdij Sint Willibrordus (Slangenburg) te Gaanderen. Hier huisde de 'sokken-pater'.